Kille grijpgrage handen beroeren mij

dinsdag, 23 september 2008 - Biff | Geploeter

Nadat ik vanmorgen vroeg mijn blog heb geschreven waarin ik liet weten dat ik een bijzondere ervaring had begon er een geniepig schuldgevoel aan mij te knagen, dat naarmate de dag vorderde steeds kwaadaardigere vormen begon aan te nemen totdat ik tegen etenstijd tot in het diepst van mijn wezen werd verteerd door het afschuwelijke gevoel dat mij zo onverbiddelijk in zijn greep genomen had.
Gedurende de dag verschenen er steeds meer berichtjes van Hyves-vrienden die mij lieten weten vreselijk teleurgesteld te zijn dat ik ze op mijn ontboezemingen liet wachten totdat mijn boek zou verschijnen. Hierdoor werd mijn schuldgevoel telkens verder versterkt.
Het werd zo erg dat ik na het openmaken van een blik bami geen hap meer door mijn keel kon krijgen terwijl ik eigenlijk een gezonde trek had.
Nu de avond vordert vrees ik de nacht die aanstaande is. Buiten is het al donker en de kwelling die mijn ernstige schuldgevoelens mij aandoen worden altijd erger als de duisternis zijn intrede heeft gedaan. De gordijnen zijn weliswaar dicht en het licht in mijn kamer brandt, maar ik voel hoe het duister met zijn klamme handen aan mijn versleten broekspijpen trekt, om mij tot uitspraken te verleiden over mijn bijzondere ervaring.
Telkens huiver ik als de kille grijpgrage handen die het duister toebehoren mij zachtjes beroeren en steeds weer gaan mijn gedachten terug naar de onbegrijpelijke belevenis die ik doormaakte met mijn Ulrine.
De drang om erover te schrijven is bijna onweerstaanbaar en het zou een enorme bevrijding zijn deze gevoelens naar voren te brengen, zodat een ieder die de moeite heeft genomen mijn blogs te lezen zich niet meer hoeft af te vragen wat er zich allemaal heeft afgespeeld in mijn klamme sponde.

Zojuist wilde ik het dan toch maar allemaal opschrijven. Het was alsof ik besprongen werd door een idee, dat in de vermomming van een enorme bleke bloedzuiger zijn gladde zuigorganen in mijn rughuid ingroef , mij influisterend dat mij een groot ongeluk zou overkomen als ik mijn belevenissen aan mijn lezers onthield, aan hen die zo grootmoedig geweest waren te luisteren naar de wederwaardigheden van de onbelangrijkste mens in hun midden.
Net toen ik besloten had om alles toch maar op te schrijven teneinde deze zware last af te kunnen gooien belde mijn neef Jebb mij op. In plaats van de dringende belsignalen te negeren zoals ik meestal doe, pakte ik als in een droom mijn luidruchtige telefoontoestel op. Mijn stem kraakte van de opgebouwde spanning, want ik was zo in beslag genomen door mijn benauwend knellende gevoelens, dat ik dacht dat het de bleke bloedzuiger zelf was die mij telefonisch ter verantwoording wilde roepen, toen ik zei: ‘Hallo, met Biff.’
Het bleek Jebb te zijn die wilde weten hoe ver ik al was met mijn boek en of ik al wat spullen aan het inpakken was.
Ik slaakte een zucht van opluchting toen ik uit mijn afgrijselijke dagdroom ontwaakte. Ik vertelde Jebb dat ik niet aan mijn boek werkte en net aan een blog wilde beginnen over mijn ervaring met Ulrine van afgelopen weekend. `Wat is er dan allemaal gebeurd?’, vroeg Jebb.
Zo beknopt mogelijk vertelde ik hem wat ik had meegemaakt. ‘Wat een fantastisch verhaal’, zei Jebb. ‘Dat moet je voor je boek bewaren. Als je alles vertelt wat je meemaakt hoeft niemand je boek meer te kopen’, zei hij.
‘Ik moet het van me af schrijven Jebb’, zei ik, ‘mijn lezers hebben er recht op.’
Het bleef een tijd lang stil aan de andere kant van de lijn en ik begon me steeds onzekerder te voelen. ‘Je gooit je eigen glazen in Biff ‘, zei hij na de lange stilte. ‘Je moet het uiteindelijk zelf weten, het is jouw boek en het is jouw leven, maar als je nu al alles gratis weggeeft sta je straks met lege handen en heb je geen cent verdiend. Je zal je dagen verder moeten slijten als paprikaplukker in de kassen van Aalsmeer. Jou kennende zal je dat niet lang kunnen bolwerken. Je zal te moe zijn om na het werk nog te schrijven en je droom zal voorbij zijn, over en uit, een éénmalige kans voor eeuwig verspeeld.’
Nu was het mijn beurt om een lange stilte te laten vallen en beiden zwegen we vele minuten lang. ‘Ben je er nog?’. vroeg Jebb na een poos.
‘Ja, ik ben er nog, ik weet nu niet meer wat ik moet doen, ik wil mijn vrienden niet kwijtraken. Ze zullen me als een baksteen laten vallen.’
‘Denk er maar over na Biff, zei mijn neef. ‘Ze kopen je boek niet meer als je dit hebt opgeschreven, denk er maar over na.’

en dat doe ik nu nog steeds

HELP ME!!!

Reageren?

Geef een reactie

Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Huilend om het leven