Hoe kan je hier in godsnaam leven?

zondag, 21 september 2008 - Biff | Geploeter

Uren lang heb ik gisteren zitten wachten op Ulrine die nu mijn vriendin is geworden. Wat het betekent om een vriendin te hebben weet ik nog niet precies, maar ik weet wel dat je dan op regelmatige basis samen bent. Dat is in ieder geval wat we hebben afgesproken.
Het lange wachten viel me heel erg zwaar omdat ik bang werd dat ze niet meer zou komen.
Allerlei gedachten begonnen door mijn hoofd te spoken die allemaal betrekking hadden op allerlei afschuwelijke situaties waarin mijn vriendin beland had kunnen zijn.
Scènes over afgrijselijke ongevallen spookten door mijn hoofd waarbij ik me voorstelde dat ze in haar kleine vrijwel kreukelzoneloze koekblikje met hoge snelheid op een tegenligger was gebotst, of een betonnen viaductpijler had geraakt na het hebben van een onfortuinlijke klapband, waarna ze door de brandweer uit het verwoeste autokarkas moest worden gezaagd waarop het toegesnelde ambulancepersoneel slechts de dood had kunnen vaststellen en Ulrine door in het zwart geklede heren van een locaal uitvaartcentrum in een lijkwagen via het mortuarium naar haar laatste rustplaats gebracht zou worden om langzaam uiteen te vallen in verschillende componenten waar wurmen en diverse aaseters niet bij konden komen omdat de solide doodskist waaraan men haar levenloze lichaam had toevertrouwd deze opruimers van moeder aarde geen toegang wilde verschaffen tot haar in miserabele staat verkerend karkas.

Toen ze om twee uur bij me aanbelde bleek echter dat ze zich heel erg had verslapen omdat ze zo een zware week had gehad en ze ook nog eens zonder beltegoed had gezeten waardoor ze niet in staat was geweest mij te verwittigen van haar late komst.
‘Het spijt me Biff, dat ik zo laat was, maar ik heb me verslapen en ik had geen beltegoed meer’, zei ze toen ik de deur opendeed.
Ik kon alleen een zucht van verlichting slaken omdat mijn dood gewaande vriendin in levende lijve bij mij op de stoep stond, op precies dezelfde plek waar vrachtwagenchauffeur Fred eergisteren nog een hele pallet bami had geplaatst.
Bij het binnentreden van mijn bamischuur was Ulrine totaal perplex. ‘Wat is hier gebeurd???’
Ze inspecteerde mijn kleine woning om op elk plekje dat eerst nog leeg was geweest blikken bami te ontwaren. ‘Hoe moet je hier nog in Godsnaam leven, hoe kan een normaal mens leven in een opslagplaats van bami’?
Het was te zien dat ze een hele lange preek wilde gaan houden maar de woorden stokten haar in de keel toen ze zag hoe ontdaan ik was bij de woorden ‘een normaal mens.’

‘Ik weet dat ik niet normaal ben Ulrine, en dat ik het niet waard ben om jouw vriend te zijn en een plekje in te nemen op onze toch al zo overvolle aarde die de last van al die miljarden mensen allang niet meer aankan, en in hoog tempo wordt geslachtofferd door een mensheid die haar bloedsomloop leegpompt ten behoeve van op fossiele brandstoffen rijdende transportmiddelen en alle ertsen en mineralen uit haar gewonde lichaam hakt, zaagt en boort om zichzelf tijdelijk te verrijken zonder te denken aan latere generaties.’
Ze nam me in haar armen en zei dat het haar speet en dat ze niet had bedoeld dat ik abnormaal was, ‘maar wat moet je met al die bami, we kunnen amper meer ergens zitten!’
Er knapte iets in mij en al stotterend van emotie begon ik haar te vertellen wat vrachtwagenchauffeur Fred me allemaal verteld had over het martelvlees dat verwerkt was in deze bami en wat voor afschuwelijke levens deze arme vleesleveranciers hadden moeten doormaken in hun korte leventje dat zich voor de slacht had afgespeeld in benauwde hokken waarin ze opeengepropt hadden gezeten als haringen in een ton.
‘Ik kan deze bami onmogelijk meer eten nu ik op de hoogte ben van de totstandkoming van dit op zichzelf goedsmakende product.’
Ook Ulrine was aangedaan, maar ze is erg praktisch ingesteld en daar ben ik haar enorm dankbaar voor. ‘Lieve Biff’, zei ze, ‘de dieren die hun leven hebben gegeven voor jouw bami zijn nu toch al dood, en van het verleden kunnen we geen dubbeltje meer omdraaien. Als jij de bami niet opeet hebben deze dieren hun leven voor niks gegeven en dat zou alles bij elkaar nog veel erger zijn voor deze ongelukkige zielen. We kunnen het maar beter opeten, en als je wilt doen we het samen en zal ik je helpen bij deze taak. Ik ben tenslotte je vriendin en wil alles met je delen, al moet ik wel eerlijk bekennen dat ik eigenlijk niet zo van bami hou.

‘ik ben meer een liefhebber van nasi’

Reageren?

Geef een reactie

Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.

Huilend om het leven